Let op! Deze gegevens zijn mogelijk niet meer actueel.

Niet-vorderende ontsluiting

Tijdens de ontsluiting heb je weeën . Dit zijn samentrekkingen van je baarmoeder die leiden tot verstrijken en ontsluiten van je baarmoedermond. Normaal gesproken begint de ontsluiting vrij traag en gaat het vanaf drie centimeter sneller. De ontsluiting neemt dan per uur ongeveer één centimeter toe.
Als het ontsluiten veel langer duurt dan normaal, is er sprake van een niet-vorderende ontsluiting (NVO). Dit komt vaak voor. Van de vrouwen die bij hun eerste zwangerschap thuis willen bevallen, wordt uiteindelijk elf procent doorverwezen naar het ziekenhuis vanwege een niet vorderende ontsluiting. Bij vrouwen die al eerder vaginaal zijn bevallen, is dat drie procent.

Chat met een verpleegkundige

Twijfels of u naar de dokter moet? Of hebt u een korte vraag over uw gezondheid? Chat direct met een verpleegkundige via de app van CZ.

  • Gezondheidsadvies via chat
  • Start een chat en stel meteen uw vraag
  • Stuur een foto mee van uw klacht
  • Uw gegevens zijn veilig en blijven vertrouwelijk
  • 7 dagen per week bereikbaar (ook ’s avonds)
  • Bekijk een overzicht van al uw gesprekken

Download app de verpleegkundige

Oorzaken

Een niet-vorderende ontsluiting kan verschillende oorzaken hebben.

  • Een volle blaas: een volle blaas kan je weeën remmen. Tijdens de bevalling merk je vaak niet dat je een volle blaas hebt.
  • Een te ver uitgerekte baarmoeder: bij een meerlingzwangerschap , een groot kind (macrosomie ) of te veel vruchtwater is de baarmoeder zo ver uitgerekt dat er geen goede weeën kunnen ontstaan.
  • Onbewust tegenhouden van je weeën: weeën komen het best op gang als je ontspannen bent. Ben je gespannen, angstig of ervaar je veel pijn, dan kan dat de weeën verzwakken.
  • Onvoldoende druk op je baarmoedermond: voor een goede ontsluiting is het belangrijk dat er door de vliezen of, als deze gebroken zijn, door hoofdje of stuit veel druk komt op de baarmoedermond. Als de baby nog niet goed is ingedaald , een afwijkende ligging heeft of te groot is, belemmert dit de ontsluiting.

Verschijnselen

Er wordt meestal gesproken van niet-vorderende ontsluiting als je:

  • Al acht uur weeën hebt, maar nog geen drie centimeter ontsluiting
  • Minstens drie centimeter ontsluiting hebt, maar er geen goede versnelling in de ontsluiting (meer) optreedt.

Een niet-vorderende ontsluiting brengt een aantal risico’s met zich mee. De belangrijkste staan hieronder.

  • Uitputting: weeën kunnen pijnlijk zijn en je uit je slaap houden. Als je uitgeput raakt, heb je geen kracht meer om, als het zover is, mee te persen. De kans op een langdurige uitdrijving neemt hierdoor toe.
  • Ontsteking: als je vliezen langdurig zijn gebroken, kunnen ziekteverwekkers via de vagina in je baarmoeder komen. Dit kan leiden tot ontsteking van de vliezen en de vruchtzak . Dit brengt risico’s met zich mee voor jou en voor je baby.
  • Stofwisselingsproblemen bij je baby: de weeën beïnvloeden de voeding die je baby via de placenta krijgt. Een langdurige bevalling kan leiden tot verzuring in het bloed van je baby.

Diagnostiek

Soms is niet duidelijk of er sprake is van een niet-vorderende ontsluiting of alleen nog maar van voorweeën . Dit is een belangrijk verschil, want bij voorweeën is de bevalling nog niet echt op gang gekomen. De verloskundige of gynaecoloog kan een inwendig onderzoek doen om de ontsluiting te beoordelen. In het ziekenhuis kunnen je weeënactiviteit en de hartslag van je baby geregistreerd worden via cardiotocografie (CTG) . Tijdens de bevalling wordt in je status de weeënactiviteit en de vordering van de ontsluiting bijgehouden.

Behandeling

Als je ontsluiting minder snel gaat dan verwacht, kun je een aantal dingen doen om de weeën te versterken. Probeer zoveel mogelijk te staan of te wandelen. Door de zwaartekracht neemt de druk op je baarmoedermond toe. Ga ook even naar het toilet om (te proberen) te plassen. Ontspannen is belangrijk. Als je angstig of gespannen bent, neem dan bijvoorbeeld een warm bad (als je vliezen tenminste nog niet zijn gebroken) of laat je masseren. Als het je een veilig gevoel geeft, kun je ook vragen of degene die je bevalling begeleidt bij je wil blijven. Vanaf drie centimeter ontsluiting kan de verloskundige of gynaecoloog je vliezen breken . Daarna komt de ontsluiting meestal beter op gang.
Als genoemde maatregelen niet werken, is behandeling in het ziekenhuis noodzakelijk. Een thuisbevalling wordt dan in het ziekenhuis voortgezet. Als je vliezen nog niet gebroken zijn, kan dat alsnog in het ziekenhuis gedaan worden. Je kunt een ruggenprik (epiduraal ) krijgen tegen de pijn of een kalmerend middel als je erg angstig bent. Ook kunnen je weeën versterkt worden door een infuus met weeën stimulerende middelen.

Over Medicinfo

Medicinfo biedt betrouwbare, actuele informatie over gezond zijn, gezond blijven - en wat u daar zelf aan kunt doen.